Een bijdrage van Jan Verduin,
Leden van de Vliegvis Afdeling Kennemerland (VVA) gaan jaarlijks naar het buitenland om ook op stromend water de vis te belagen met hun eigengemaakte vliegen. De afgelopen jaren hebben we gevist in de Kyll in de Eifel, de Lenne en de Orke in Sauerland. Op zichzelf heel mooi viswater met veel mogelijkheden. Maar de vangsten liepen daar terug door vooral de vraatschade van de aalscholvers. Na rijp beraad en het opvragen van informatie kwamen we terecht in de Frankische Schweiz. Dit gebied was al bekend bij een paar leden en ook een artikel in het Duitse blad Fliegenfischen attendeerde ons hierop. Hierin werd met name gesproken over de rivier de Wiesent en het voorkomen van de meivlieg wat dit tot een exclusief gebied voor de vliegvisser maakte. De meivlieg komt niet direct in groten getale voor in West Europa omdat dit insect erg gevoelig is voor waterverontreiniging.
Ondanks de afstand (700 km) werd toch besloten de trip te gaan maken. Na de nodige voorbesprekingen en het op peil brengen van de vliegenvoorraad werd op 20 mei 2004 de reis met vijf man gestart om vijf dagen te vissen in de Püttlach. De Frankische Schweiz is een gebied ten noordwesten van Neurenberg en ontleent zijn naam aan de grillige rotspartijen die uit het landschap opsteken. Het is een prachtig gebied met veel sportieve mogelijkheden en veel bezienswaardigheden. Voor ons was belangrijk hoe het viswater eruit zou zien en of er iets te vangen was. De belangrijkste rivier is de Wiesent en heeft een aantal nevenriviertjes zoals de Püttlach, de Schwarzach, Mühlbach, Main en Aufsess. Door de geologisch en ecologische omstandigheden is dit water uitsluitend met salmoniden als beekforellen, regenboogforellen en vlagzalmen bezet. Belangrijk hierbij is ook het hoge zuurstofgehalte, de lage watertemperatuur en de bereikbaarheid van het water waardoor de natuurlijke aanwas van vis erg hoog is. De rivieren in de Frankische Schweiz zijn bijna allemaal in privé-bezit en er mag alleen met de vlieghengel worden gevist. Omdat wij met vijf man gingen vissen kozen wij voor de Püttlach met een eventuele uitwijk naar de Wiesent. Hotel “Goldene Krone” in Pottenstein werd onze verblijfskeuze, waarbij we de mogelijkheid hadden om acht kilometer rivier te bevissen en de vergunningen als huisgasten bij de hotelprijs zaten inbegrepen. Pottenstein is een gezellig plaatsje met veel mogelijkheden en een prachtige omgeving.
Na ongeveer 8 uur sturen kwamen wij ’s middags rond half vier aan en konden meteen van het mooie weer genieten op het terras. Nadat wij onze spullen naar de kamers hadden gebracht werden we door de eigenaar l angs het viswater gereden. Hij gaf aan welk gedeelte we mochten vissen en waar we konden parkeren. Zelf had hij geen interesse voor de vliegvisserij, maar gaf wel aan dat er de afgelopen periode nauwelijks was gevist.
De Püttlach is een zijriviertje van de Wiesent en de breedte varieert van 5 tot 8 meter. Hij loopt dwars door het stadje Pottenstein. We mochten ongeveer 3 kilometer stroomopwaarts vissen. Dit stuk lag midden in een natuurgebied met veel bomen maar ook mooie open plekken. Maar ook veel struikgewas en moerassig gebied, waarin Peter D. vastliep in de modder. Op deze plekken groeide waterplanten waartussen de forel zich schuilhield.
Daarnaast vond je diepe kuilen waarin vooral de grotere forel zich ophield. Het was ook nog mogelijk om binnen het stadje te vissen en er was een mooi stuk open water waarin zich veel vis ophield. Stroomafwaarts van Pottenstein was nog een mooi stuk beschikbaar. Daar loopt de Püttlach langs de B470 een doorgaande weg en aan de andere kant een bos. De kanten waren erg steil en dit stuk moest grotendeels wadende langs de kant worden bevist. De visserij was moeilijk omdat je onder bomen stond en de rivier niet breed was. Dit stuk stroomde sneller en had ook de nodige stroomversnellingen met ook diepekuilen. Peter van S heeft het ook ervaren met twee volgelopen lieslaarzen toen hij in een gat stapte.
Visserij
We visten met vlieghengels AFTMA 3 / 4 met drijvende lijnen en een voortip van 12/100 tot 16/100. Er was zowel
met droge vlieg, natte vlieg en nimf te vissen. Als droge vliegen vingen de verschillende patronen van de Cul De Canard oftewel eendekonten goed. Maar ook een grijze palmer en een red tag werd gepakt. Soms zag je dat de forel achter een binnenstrippende droge vlieg aanzwom en toen heb ik ook met de natte vlieg de nodige forellen kunnen verschalken met name met een Peter Ross en een Partridge and Orange. Voor het nimfen deden de goudkoppen het goed vooral in de diepere stukken. Op de ondiepere stukken hadden we veel succes met de ouderwetse Pheasant tail nimf. De vangstmomenten wisselden wel eens soms ving je achtereen met de droge vlieg en dan moest weer zoeken in de diepere poeljes met een zware nimf. Dat was wel het leuke van de dit viswater. Je moest blijven zoeken. In het bovengedeelte was nog een soort stuw met een stuk kalmer water waar je leuk met de droge vlieg kon vissen. Door de vele bomen en struikgewas verspeelde je wel eens een vlieg of nimf. De voorraad vliegen van alle deelnemers dunde aardig uit. Het stuk rivier vlak bij het stadje was een ruime poel waar je uitstekend draag kon vissen. Opvallend was dat de forel daar met brood werd gevoerd. Peter v S ging tijdens het voeren met een witte vlieg vissen en ving regelmatig mooie forellen. Zodra met voeren werd opgehouden ving hij niets meer. Hij ving ook de grootste vis, een regenboog forel van 56 cm.
Vooral binnen het stadje zaten grote regenboogforellen. Peter van S. en Marco zijn zaterdagmorgen vroeg gaan vissen binnen het stadjeen hebben tussen de huizen leuk gevangen. Je zag ook heel veel regenboogforel binnen de stad. Het stuk stroomafwaarts was een moeilijk parcours. Zoals ik reeds vermeldde hoge kanten en deels een muur van een viaduct, sneller stromend water en veel bomen en struikgewas maakte dat je behoorlijk alert moest werpen. Lopend langs de kant visten we stroomopwaarts met zijwaartse worpen. Hier visten we met zware goudkop nimfen tot 5 mm goudkop. Maar de vangsten waren er wel naar, want de vis was er groter dan in het bovenstuk Ik had zelf nog een leuke ervaring met een regenboogforel die ik binnen vijf minuten twee keer ving. Hij was herkenbaar aan twee littekens aan zijn zijflanken. Dit is een teken dat de vis weinig last heeft van een haak en een dril als je hem goed behandeld.

De bronforel of saibling (Salvelinus fontinalis)
De Wiesent staat bekend om zijn grote vlagzalm, maar deze hebben we niet gezien in de Püttlach. Verklaring hiervoor was er niet. Mijn theorie is dat vlagzalm dieper water nodig heeft, maar zeker weten doe ik het niet. De beekforel (Salmo trutta fario) vingen het meest in maten van 20 tot 35 cm met een uitschieter naar 40 cm. Mooie getekende vissen met rode en zwarte vlekken die meestal blauw of wit zijn omzoomd. De vis gaven een mooie strijd op een drie-hengeltje. Regenboogforel Over het hele lijf verspreid komen zwarte stippen voor en over beide zijden loopt een horizontale purperen baard. Dit is uitgezette vis terwijl de andere soorten zich hier voortplanten. Deze prachtig getekende vis heeft als typisch herkenningsteken een witte rand aan de borst en buikvinnen, die duidelijk door een zwarte rond van de oranjekleurige vinnen is gescheiden. Een pracht vis die aan een tropische vis doet denken.
De deelnemers kunnen terugzien op een geweldig weekend. De vangsten waren uitstekend en de sfeer was gezellig waarbij ook de sfeer en de verzorging in het hotel heeft bijgedragen.


Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.