Geschreven door Joop Waterman

Nieuw Zeeland of Aotearoa, land van de lange witte wolken.

Land van melk en honing en sand flies, het kleine prikje voel je niet en je ziet ze ook niet, maar de jeuk is meer dan erg… Twee eilanden, Noord- en Zuid-eiland, 4 miljoen inwoners, 3 miljoen in het noorden en de rest in het zuiden, 50 miljoen schapen en langzamerhand toch wel erg veel kwekerijen van hertenbiefstukjes. Vier maal Nederland, afstand in lengte Noord-eiland 1100 km en Zuid-eiland 1050 km. Afstand van Nederland  20.000 km.Voor de rest is er alles wat je je maar kunt dromen, heerlijke wijnen, schitterende stranden, en vooral op het Zuid-eiland is het goed, maar vooral rustig, toeven. De Nieuw-Zeelandse Alpen met Mount Cook, bijna 4000 meter hoog, met daar omheen verschillende toppen van boven de 3000 meter, allemaal besneeuwd, je kan er heel goed wandelen en uiteraard klimmen tot bijna aan de sneeuw. Tropische regenbossen, je loopt ze door of rijdt erheen met de auto en staat zomaar voor een gletsjer. Kea’s, ( een papegaai),  wachten je vriendelijk op als je op de parkeerplaatsen aankomt en beginnen onmiddellijk je auto van alle rubber onderdelen te ontdoen, vooral die van de voorruit zijn geliefd, en ook de antenne is zeer aantrekkelijk want die buigen ze een paar keer, maar er is troost, iedereen let zeer goed op ze.

Langs de lange stranden in het zuiden zijn er vooral in het naseizoen wel zeehonden op het strand te  zien, en anders kun je enorme kolonies bezoeken, dat geldt ook voor albatrossen, Jan van Genten, pinguïns, en je kunt je inschrijven voor whale watching in Kaikoura. De warme thermische bronnen zijn erg geliefd, en geven je een uitermate prettig relaxed gevoel, en ze zijn vaak gratis toegankelijk op een camping.

Als je van mystiek houdt dan kun je op tal van plaatsen nog mijmeren over de film Lord of the Rings zoals bij Twizel. Je loopt de kleine camping af en staat dan op een enorme vlakte met in de verte heuvels waar de legers van kwaad van Sauriman optrokken, je doet alleen maar je ogen dicht en je voelt het gewoon in je botten. Dat geldt ook voor het Tongariro Natuurpark op het Noord-eiland met Mount Ngauruhoe (= Mount Doem), we hebben in 2006 een wilde poging gedaan hem te beklimmen, alsook Mount  Cook, maar als de berg je niet wil dan gaat het niet, al zeer snel begonnen harde winden ons tegen te werken en of dat nog niet genoeg was, begon het ook nog te regenen, nou dan krijg je er vanzelf wel genoeg van.


En dan niet te vergeten, alle krankzinnige spelletjes die er bestaan in de wereld zijn uitgevonden in NZ, zoals in een zwaar tuig van een brug afduiken naar een rivier, alleen een dik stuk elastiek zorgt ervoor dat je net voor het water stopt, bungy jumping. In een hele grote plastic bal van een berg afrollen, je kunt er ook nog water indoen, dan valt het zweet niet zo op. Met een instructeur uit een vliegtuig springen, uiteraard met parachute of plaatsnemen in een cabine tussen twee enorme palen, aan de cabine twee elastieken die heel strak over de palen worden gespannen, en dan wordt de cabine van de grond losgekoppeld, je vliegt zo’n 60 meter de lucht in, gaat een paar keer over de kop en stuitert ook nog lekker na. En ja, dan waar het allemaal om gaat, een land vol van rivieren en riviertjes, van enorme naar gewone. In het goede seizoen sommige helemaal vol met zalm, maar altijd forel. Enorme forel, de grootste is waarschijnlijk gevangen in Gore, in de Mataura Rivier,  op het Zuid-eiland, een bruine van 24 pond in 1989. Maar ook normale maatjes, heel vaak op campings aan de rivier, nog vaker in rivieren langs de weg, maar die zijn moeilijker te bereiken….

We gaan met de rondrit beginnen.


Zondag 28-2.

Ondanks aardbeving, tsunami en zware storm- waarschuwing toch nog op tijd, om 12 uur, vertrokken van Schiphol, 11.5 uur vliegen naar Kuala Lumpur en 6 uur tijdverschil dus maandagmorgen vroeg aangekomen, daghotel gehad, lekker geslapen en daarna gebuffet. Op maandagavond om 21.30 uur weer vertrokken naar Auckland, aankomst dinsdag 12.15 uur, dan heb je het end wel in de ….., en weer last van jetlag. We werden door iemand van het campingbedrijf van de luchthaven opgehaald, en na veel handtekeningen en uitleg over de camper, met blij gemoed vertrokken naar de camping een half uur verderop.

Normaal moet je eerst een nacht in een hotel verblijven en dan mag je pas met een camper of auto rijden, maar omdat we onderweg een daghotel hadden en die dag niet verder gingen dan de camping in Auckland  mochten we meteen starten. Het was weer zeer inspannend om links te rijden, en dat zal het de hele vakantie wel blijven, je moet écht met z’n tweeën blijven opletten.

Woensdag 3 maart.

Meteen maar 300 km naar Tamarunui aan de Paparoa rivier, voor twee nachten geboekt en na de camper op zijn plaats te hebben gezet hengeltje uitgegooid. Vergunning gekocht voor NZ$ 105, zeg maar € 55, voor een jaar. Schitterende rivier, ook de omgeving is prachtig, maar geen visje gezien, noch met droog noch met de nimf. Alleen de temperatuur was goed: 25°. De campingeigenaar verzekerde mij dat de rivier zéér goed was, een half jaar ervoor waren er de wereldkampioenschappen gehouden en ze hadden zich klem gevangen, goed dat ik daar niet aan meegedaan heb, anders was ik net als met baarzen laatste geworden. De volgende dag weer verder gegaan met vissen, wederom niets.

Vrijdag 5 maart.

Op weg naar Bulls. De weg naar Bulls gaat zo’n 50 km door het Tongariro Natuurpark, heel vlak met paarse heide en uitgebloeide yuca’s, en links altijd aanwezig Mount Ngauruhoe, 2291 meter met besneeuwde toppen, en nog een actieve vulkaan, de Ruapahu.  De eerste dagen rijden we een geforceerd tempo want we verblijven het weekend bij vrienden in Upper Hutt, aan de rivier de Hutt, waar de forellen zo schichtig zijn dat ze, als je over de brugrand kijkt,  alle kanten opspuiten, dus je begrijpt als je in de rivier gaat staan…. Bulls ligt ook aan een rivier, maar was via de camping niet te bereiken.

Zaterdag 6 maart.

Van Bulls naar Upper Hutt via de strandweg, heel gezellig en dan bij Mc Kays Crossing de Paekakariki Hill road op, een pracht van een smalle slingerweg over de bergen om dan op het hoogste punt plotseling de diepblauwe Tasman zee te zien, en dan weer zakken; ik had het even moeilijk want links rijden is één, maar een smalle bochtige weg erbij is different cheese. ’s Middags aangekomen bij onze vrienden – zoon en schoondochter en kleinzoon little John van onze vrienden in Napier, en daar gebleven tot maandagmorgen, met uiteraard zaterdagavond de beroemde Nieuw-Zeelandse  barbecue, in de openlucht, het was nog 20°, en een heerlijk glas wijn van het eiland erbij.

Vissen is er even niet van gekomen. Als je elkaar vier jaar niet gezien hebt en alleen kontakt hebt via de mail, dan valt er heel wat af te praten, en dan ga je niet in de rivier staan.

Maandag 8 maart.

Van Upper Hutt naar Napier via een oude Deense stad Dannevirke, we hadden geen zin om in één keer de 350 km over een tweebaans weg  te rijden, dus gewoon even gestopt om ons Deens op te halen. We hadden doorgekregen dat er een Hollander een restaurant had daar, er was er één open en dat was dus de Hollander. Lekker gegeten en de groeten doorgegeven uit Holland en toen we weg wilden gaan, kregen we de uitnodiging om op zijn boerderij koffie te komen drinken. We zouden worden gehaald en teruggebracht, het was een grote boerderij met alles erop en eraan, en zo werd het toch nog 11.00 uur in de avond. Het was een heldere nacht en erg koud, en als je dan naar de hemel kijkt, zie je de Melkweg,  het allermooiste dat er bestaat, één enorme lange rivier van allemaal kleine en grote sterren, onvergetelijk.

Dinsdag 9 maart.

Naar Napier. In februari 1931 schudde die jonge man van boven de aarde en schoof de NZ plaat onder de Pacific plaat, de aarde ging een paar meter omhoog en alles schudde, de huizen stortten in en er ontstonden grote branden. Toen alles tot rust kwam, was Napier niets meer. Men besloot toen om een totaal nieuwe stad te bouwen in Art Deco stijl, men maakte dit bekend  en van over de hele wereld kwamen architecten om te helpen. De gouddroom van veel mensen was afgelopen, dus de arbeiders stonden op straat en kostten bijna niets. Nu is Napier een schitterende stad aan zee in een subtropisch klimaat, beroemd om zijn Art Deco gebouwen, zijn wijnen, maar ook om zijn fruit waaronder kiwi fruit, avocado’s en feyoja’s, iets heel lekkers dat de vorm heeft van een kiwi maar groen is van kleur en hij smaakt geparfumeerder.

We lopen hier met een graadje of 25 heerlijk in de zon een beetje te flaneren en te genieten en we nemen nog maar eens een long black coffee en een muffin.

Woensdag gevist in de Tutaekuri River, het is al een tijdje erg droog dus hij was niet echt breed meer, nou, ik heb van alles geprobeerd, maar ik kwam niet verder dan een visje van 20 cm, maar ik stond wel heel lekker in het water. Donderdag wilde ik weer maar het was zo ontaard warm en windstil, dat ik  de vis de vis gelaten heb en heerlijk onder de druiven ben blijven zitten, met uitzicht op de heuvels, een beetje kletsen met mijn betere helft.

Vrijdag 12 maart.

Na een hartelijk afscheid, en de wens uitgesproken te hebben dat we elkaar toch nog wel eens zullen zien – 20.000 km verderop is natuurlijk geen kattenpis – eerst boodschappen gedaan en toen afgereden naar Mount Valley camping aan de Mohaka River, op de weg naar lake Taupo in de middle of no-where. Als je er gaat staan moet je werkelijk alle boodschappen meenemen, of iedere avond in het restaurant eten, want de eerste super- markt is 60 km terug in Napier. Je staat in een diep dal en daar kronkelt de rivier zich doorheen en het water is kraakhelder, maar moeilijk te bereiken.

Tot onze verbijstering begint het ’s avonds te bewolken en zomaar hard te regenen, en dat na 11 dagen uitbundige zon, we zullen de zaterdag maar afwachten. ’s Nachts is het droog geworden en het werd ijzig koud, we liggen hier op 700 meter hoogte en de buurman verderop vertelde dat zijn waadpak bevroren was, wij zijn maar lekker in bed gebleven tot de zon op de camper scheen.

‘s Morgens en ’s middags gevist, maar slechts één harde aanbeet op de nimf, de buurman kwam niet veel verder, ik heb wel vis uit de kant weg zien schieten, de vis is hier ook al schichtig. De buurman had ook in Taumarunui samen met zijn vrouw gevist en dan alleen in de nacht, twee kleine forellen gevangen, maar ’s nachts vissen trekt me voor geen meter. Ik weet nu ook dat waadschoenen wel toegestaan zijn, maar dan zonder viltzool, mijn Australische buurman had rubberzolen met spikes.

Zondag 14 maart.

Rustdag, warm, ’s morgens gevist, ’s middags, iedereen had ons inmiddels verlaten, een beetje in de schaduw gezeten en later met z’n tweeën naar de visgronden, bij het verlengen van mijn lijn raakt de vlieg bijna vlak voor mijn voeten het water, zware aanbeet maar toch er af, erg jammer. That ’s all.

Maandag 15 maart.

El jarig, er was echter niemand op de camping om haar te feliciteren.We gingen vrij vroeg van de camping weg, terug richting Napier en vandaar noordwaarts SH 2 richting Gisborne. Gisborne is de eerste stad van de wereld waar de nieuwe dag begint. Bekend om zijn gematigd klimaat, zijn kiwi’s en avocado’s, kleine havenstad, om 16.00 uur stonden we, met 25°, met onze voeten in de zee, het siste gewoon, ’s avonds verjaardag diner voor twee.

Dinsdag 16 maart.

Van Gisborne via de meest oostelijke highway – SH 35 – een smalle tweebaans weg,  met volgens mij 2300 bochten, verder naar het noorden naar Te Araroa, mooie omgeving met lange glooiende heuvels met schapen en koeien, ook veel riviertjes maar allemaal droog. Het moet een hele natte zomer zijn geweest, maar dat is aan de waterstand nergens te merken, wel veel parkeerplaatsen zo aan het strand, dus ideaal om je boterhammetje op te eten!

Te Araroa ligt aan de East cape, het meest oostelijke punt van NZ, je kunt ernaar toe rijden maar over een smalle gravel weg, en nog 741 treden klimmen, voor gehuurde campers is het verboden gebied ivm schades. Het vissen is nu wel een beetje gebeurd want ik heb weinig zin om op onderzoek uit te gaan waar de hotspots zijn, de locals hier zetten hun auto’s gewoon langs de weg of half in de berm en gaan de bush in om te vissen, maar ja waar is een stek, eigenlijk laat ik de camper niet alleen achter of nog erger met mijn betere helft erin.

Woensdag 17 maart

Op naar Opotiki. Hetzelfde als gisteren, 2300 bochten en smalle weg, alleen veel meer bomen, lijkt een beetje op Zweden. We hebben eerste nog een Hollander uitgezwaaid die gisteren met de fiets was gekomen. Het begon allemaal erg mooi maar in de loop van de dag begon het steeds harder te waaien en boven de bergen werd het steeds donkerder, ik kon de camper in de open vlakte bij dwarswind steeds moeilijker op de weg houden, blij dat we in Opotiki aankwamen en daar hebben we mondvoorraad ingeslagen en daarna op naar de camping waar het grote druppels begon te regenen, maar volgens de campingbaas zou het niet lang duren – dit als troost voor de toeristen. We blijven hier een dagje over om op het strand te wandelen. Het hele gebied waar we nu doorheen gereden hebben werd helemaal doorkruist met riviertjes maar allemaal droog, en toen we eindelijk een grotere met water hadden gevonden, was er een vrachtwagen van de brug gereden de rivier in, dat is nou pech.

Donderdag 18 maart.

Wasdag, rustdag en over het strand gewandeld, schelpen gezocht en naar mooie strand optrekjes gekeken.

Vrijdag 19 maart

Van Opotiki naar Rotorua. Kia ora. (Welkom in het Maori). Door een soort van regenwoud van NZ varens duik je de diepte in en heb je even het idee dat je in het eerste meer duikt,  drie meren zijn er en aan het grootste ligt Rotorua, je ruikt de rotte eieren lucht al van zwavelbronnen. Hier is het centrum van de Maori cultuur, de straten, de gebouwen, alles is hier Maori of heeft een Maori naam. Bij alles zeggen ze Kia ora. De Maori’s zijn de originele bewoners, en inwoners van dit land, een feit dat door de allochtonen nog wel eens vergeten wordt, ze hebben hun eigen cultuur, hun eigen taal en volgens de blanken willen ze niet werken, alleen maar hun hand ophouden. De regering heeft ze veel land terug gegeven en ook rechten, maar helaas, nadat ze een beetje aan de bak kwamen heeft de regering de chinezen het land ingehaald, en die werken voor niets en het klokje rond, einde voor de Maori’s,  ze zijn zelfs te duur om het kiwifruit te plukken, daar worden mensen van Samoa voor gehaald.

De Maori’s zijn donker gekleurd, en kussen gelijk Eskimo’s, en een ieder met een beetje blauw bloed in zich laat zich tatoeëren, op één been, één arm of in de nek.

’s Avonds naar een Maori feest met diner – hangi -geweest,  het eten wordt in de hete (soms wel 80 tot 100 graden) grond gestoofd en krijgshaftige dansen gezien door de mannen en mooi gezang gehoord door de vrouwen. Ze hebben allemaal bolle ogen, van de mannen is het hele gezicht getatoeëerd en van de vrouwen alleen hun kin en vaak tijdens het dansen sperren zij hun ogen ver open en hun mond nog verder en dan rolt er een lap tong uit…, een mooi gezicht.

In Rotorua zijn ook twee geisers te bezoeken waarbij het hete water zo’n 30 meter de lucht inspuit, en overal is de bodem erg warm en hoor je blub blub van de borrelende modder uit de aarde.

Zondag 21 maart

Van Rotorua naar Waihi Beach.

Via de regenwoudachtig aandoende bossen naar het land waar misschien wel de meeste kiwi’s en avocado’s groeien. Kapitein Cook noemde het hier de “Bay of Plenty”, er was gewoon van alles, alleen later is de kiwivrucht uit China ingevoerd en die doet het hier fenomenaal: hele trossen hangen hier op 1,5 meter hoogte onder aan de plant, net als bij druiven…. Een bijzonder fraai gezicht!

Via Tauranga naar Waihi, je hebt dan weer even het gevoel dat je in de Randstad rijdt, alleen heuveltje op heuveltje af is het verschil, we gaan dan ook richting Auckland. De stranden van Waihi zijn beroemd want buiten het golf surfen, zijn ze erg breed., wit en heel rustig vol met schelpen, gewoon goed om er te zijn. Ik heb nu zelfs vis, nou ja aal, gezien, in een klein stroompje door de camping zitten die grote en kleine engerdjes.

Ik heb al eerder gezegd dat dit voor ons een soort afscheid van Nieuw-Zeeland is, dus er zit misschien een beetje veel strand in, maar die mooie stranden hebben wij de vorige keren nog niet echt bezocht,  vandaar.

Dinsdag 23 maart

Van Waihi in één beweging het binnenland in en dan recht naar het noorden, dwars door Auckland, de grootste stad van NZ, 8oo.ooo inwoners, met een mooie skyline, en direkt aan de oceaan. We zaten nog net niet in een echte file maar het voelde toch alweer een beetje vertrouwd aan, ahum.

Toen wij in 2006 uit het noorden terug kwamen reden we zo de heuvels uit, Orewa Beach in, naar men zegt de mooiste badplaats van het Noord-eiland, mijn vrouw zei toen, als we nog eens terugkomen, wil ik daar wel een dagje staan. Inmiddels weten we dat er nog heel wat mooiere stranden zijn in NZ. Opmerkelijk feit, dit was de eerste dag  dat de ruitenwisser aan moest, het bleef echter warm.

Woensdag 24 maart

Naar Orewa centrum gelopen via het strand, het had

’s nachts geregend maar nu was het perfect, tot we in de city waren, het werd steeds donkerder en drukkender, dus in gezwinde pas weer terug, het regende een beetje op de camping en het waaide heel hard, maar het was weer loos alarm. Via het weerbericht hoorden we dat het op het Zuid-eiland en bij ons in het zuiden bereslecht weer was, hier hadden we alleen maar een staartje.

Donderdag 25 maart

Van Orewa naar Russell aan de Bay of Islands.

Het wordt langzamerhand traditie, maar onderweg drinken we om een uurtje of elf koffie, een “long black” met een stukje “home baked” cake of een lekkere muffin. Ze maken je het in dit land moeilijk om hier niet in mee te gaan, want koffiehuizen zijn er nog op de meest verlaten plekken, en laten we eerlijk zijn, voor 12 of 13 dollar voor z’n tweeën laat je dit niet aan je voorbij gaan.

Van Orewa langs de kust omhoog en de laatste 50 km via de “Old Russell Road”, op en neer, links en rechts de bocht om, er komt geen eind aan, met mooie vergezichten op de baaien en eilanden, zoals Helena baai, een uitgelezen plek om je boterhammetje op te eten…..

Uiteindelijk komen we aan in Russell, aan de Bay of Islands. Meer dan honderd eilanden, groot en klein, zijn er, bewoond en onbewoond.

Lang geleden vroeg een gewond Maori opperhoofd om een bouillon van pinguïn; na het drinken zei hij “ka reka te korora”:  How sweet is the penguin…. Dus korora reka,- korora is de blauwe pinguïn , reka is sweet. In 1844 werd Kororareka omgedoopt in Russell. Voor die tijd was de stad volledig losgeslagen , alles kon, alles mocht, veel goudzoekers en gelukzoekers maakten er een potje van. Nu is Russell in de herfst en winter een slaperig dorp aan zee, helemaal ingesloten door de heuvels. We staan met de camper boven op zo’n heuvel en hebben een schitterend uitzicht op de Bay.

Eens was Russell de hoofdstad van NZ, je kan je dit nauwelijks voorstellen, nu is het Wellington, een metropool gelijk Auckland, met een skyline die je, als je van het Zuid-eiland overvaart, al van grote afstand ziet, met trolleybussen, en het stikt er van de eetgelegenheden en kleine cafeetjes. En niet te vergeten de regering zetelt daar, en ze hebben het wereldberoemde  Te Papa museum, ik ben geen museum klant, maar daar verveel je je geen moment en je moet er minstens een dag voor uittrekken.

Vrijdag 26 maart

De hele dag uitgetrokken voor een boottocht over de Bay of Islands, of je in een sprookjeswereld terecht komt. Van omstreeks half december tot eind januari staan op de eilanden de Christmas trees in bloei, lange pluizige trossen knalrode bloemen, dan heb je een groenblauwe zee en rode bergen. Op de boot kon je bestellen of je met dolfijnen wilde zwemmen, nou ik heb al een hekel aan een douche dus in zee zwemmen met dolfijnen zie ik helemaal niet zitten, maar het was leuk om die dolfijnen om de mensen heen te zien dartelen, verder waren er hele grote scholen vis te zien zoals trewalny en snappers en ook veel pilchards en makrelen. In het seizoen is vissen op marlijn en tonijn hier mogelijk, en voor  kleinere vis kun je hier het hele jaar een boot huren. Er was een walvis en een orka gesignaleerd, maar eigenlijk is het water hier veel te warm voor die jongens. Erg ver de zee op, op het meest noordoostelijke punt ligt Cape Brett, daarop straat een kleine vuurtoren op 149 meter hoogte, een van de vuurtorenwachters houdt vol dat bij een zware storm een golf over de vuurtoren is heengeslagen. Verder op zee is een rots met een gat erin, the hole in the rock, met veel stuurmanskunst ga je met de boot dwars door de rots heen. Toen we om 4 uur terug kwamen, waren we tamelijk geroosterd en hadden we het end in de bek, en we hadden eigenlijk niets gedaan, het zal de temperatuur wel zijn en de zeelucht. ’s Avonds hebben we de Thai maar overvallen, dan ging de flauwigheid er tenminste af.

Zaterdag 27 maart.

Van Russell naar Waipapakauri beach dwars door Nordland en dan naar het noorden. Over met de ferry van Okiato naar Opua. Even gestopt in Kerikeri waar het eerste stenen huis van NZ staat en bij de Haruru waterval – 4 jaar geleden, het was een zeer natte zomer en herfst –  bulderde het water naar beneden, nu hadden wij bijna medelijden met hem, een heel klein stroompje slechts. Het water in Nordland was vier jaar geleden erg bruin en niet te bevissen, nu echter met zo’n droge zomer was het niet anders, ik heb me laten vertellen dat de mondingen van de rivier steeds voller komen te staan met mangrove bomen, uiteraard uit Australië , die erg veel modder vasthouden, erg fijn voor een heleboel vissoorten maar voor de rivieren een ramp, want bij hoog water rukt het mangrove bos steeds verder op, en neemt alle vuil mee naar binnen. Eerst heeft men er niet veel aandacht aan besteed, maar nu, nu het te laat is, is men volledig in paniek, en er is waarschijnlijk niets meer aan te doen.

Ik werd vanmorgen wakker en ik dacht, we zijn nu ruim drie weken onderweg en iedere dag schijnt de zon, hoe zou het zijn om in een land te wonen waar altijd de zon schijnt en het altijd 25° is, zoals Florida, ik moet er even maar niet aan denken.

Het heeft hier al zes maanden niet geregend, en het resultaat is verwoestend, alles is bruin inclusief de palmen, rivieren staan droog of staan stil en zijn vies bruin.

Zondag 28 maart.

Met de bus een dagtocht naar Cape Reinga, Te Rerengawaitua, ik vond het gewoon een mooi woord. Met de bus in één beweging over Ninety Miles beach. Dit strand loopt van Ahipara aan  de zuidkant naar de Te Pakistream in het noorden en dankt zijn naam aan de Maori’s die met hun vee de makkelijke route over het strand namen en daar drie dagen over deden, met een tempo van 30 miles per dag, dus 90 miles, maar in werkelijkheid is de afstand maar 90 km, vanaf de camping zelfs maar 62 km. Het kan alleen bij eb gedaan worden, op de helft ligt nl een rotsformatie tot bijna in zee en daar moet de bus omheen, is hij te laat dan heeft hij een probleem, want omkeren gaat niet en 30 km terug gaat niet want de vloed komt razendsnel op en het water reikt tot de duinen. Er liggen ook verschillende autowrakken half in het zand, het wordt dus één grote, schitterende race partij over het strand.

We zitten hier in Nordland, land van Maori’s, toen zij ergens heel lang geleden van Polynesië met hun kano’s over de zee kwamen varen, zagen zij eerst het noorden en hebben zich hier gevestigd. Het land was grotendeels bedekt met bomen, waaronder de kauri’s, een boom die pas bij honderd jaar zijn eerste bladeren krijgt, en alleen bovenop. Bij 1000 jaar waren ze geschikt om er  oorlogskano’s van te maken. Toen kwamen de blanken, en binnen korte tijd was het land kaal en ontbost, er restte nog hele hoge heuvels, dat is nu nog zo, met veel vee vooral vleeskoeien. De kauriboom werd door de Engelsen gebruikt om masten te maken voor nieuwe schepen. Zij importeerden uit Engeland de Norfolk pine, een karakteristieke boom maar voor niets geschikt, zelfs niet om vuur te maken, te nat hout.

Langs allerlei schilderachtige baaitjes, waarbij we bij één lunchte, gingen we naar Cape Reinga het bijna  meest  noordelijke punt van NZ, daar staat de meest gefotografeerde vuurtoren van de wereld, met ervoor een richtingwijzer hoever het overal naar toe is in de wereld, iedereen fotografeert daar iedereen. Als je over de rand kijkt zie je in de diepte de Pacific oceaan en de Tasmanzee elkaar raken, er ontstaat een soort branding met hoge golven en veel schuim, niet evenwijdig met het land maar haaks erop. Het is een forse klim om weer terug te komen bij de bus. Toen we daar in 2006 waren was de laatste 23 km SH 1 een gravelweg en rammelden de kiezen je uit je mond en mocht je er met de camper niet komen, nu is de weg bijna helemaal geasfalteerd.

Terug bij de bus daalden we af naar enorme zandduinen, en het is de bedoeling om met dichte plastic sleetjes naar boven te klauteren, erop te gaan zitten en dan met razende snelheid naar beneden te glijden, fantastisch. Daarna zat het erop en gingen we terug naar de camping, onderweg zong de chauffeur nog mooie weemoedige Maori liederen.

Nu liggen we in de camper naar de 9° symfonie van Beethoven te luisteren en we weten dat dit het afscheid van NZ was. Morgen gaan we in drie etappes zakken naar Auckland.

Maandag 29 maart.

Van Waipapakuri beach naar Trounson park camping langs de westkust, de Kauri coast, naar beneden uiteraard, één en al bocht tot aan de ferry van Hokianga naar Rawena. Vier jaar geleden werden we daar opgewacht door een haan die heel trots heen en weer paradeerde, we hebben hem nog gefilmd, tot onze verbazing had hij nu zijn hele familie bij zich, aannemende dat het nog steeds dezelfde haan was. Door naar Opononi en Omapere en van de look-out naar de overkant gekeken, enorme witte duinen en een grote rivier die op de zee botste.

Naar en door het Waipoua forest, 18 km alleen maar een bos van Nieuw-Zeelandse varen-,  en kauribomen, waaronder de vader der bomen, Tane Mahuta, een enorme boom, één stam de lucht in van 18 meter en een totale hoogte van 51 meter, de omvang van de stam is 14 meter en hij is ongeveer 2000 jaar oud, een gigant, je loopt er over een soort van loopbrug, want hij wortelt zeer oppervlakkig en als het hier zwaar stormt dan zijn de kauribomen de eerste die omgaan, dus met je schoenen over zijn wortels lopen betekent zijn einde. Van de boom der bomen door naar Trounson camping, volgens ons de mooiste en schoonste camping van het Noord-eiland aan de Mangatui stream. Vier jaar geleden had ik daar een uur de tijd voor het donker werd en had in de schemering een zware aanbeet en mooie forel van 40 cm aan de droge vlieg, en ik zei als we daar nog een keer in de buurt komen blijven wij daar een dagje staan om te wapperen, nu dus. Maar wat een teleurstelling, ook hier grote droogte en volgens de campingbaas, zelf vliegvisser, dit jaar geen forel. Forelvissers uit heel NZ kwamen hier vissen… ik had het kunnen weten maar toch anders gehoopt, maar goed we hadden voor twee nachten geboekt en ik ga het gewoon morgen nog een keer proberen.

In ieder geval hebben we hebben voor morgennacht een wandeling, er zitten hier kiwi’s,  dieren dus, de vorige keer hebben we er één gezien en misschien hebben we nu weer geluk. Tussen de bomen allerlei poeltjes en als je de lamp erop richt zie je hele dikke alen liggen, er zijn hier ook hele grote nachtspinnen. Het wordt dus weer een spannende dag.

Dinsdag toch weer een verwoede poging gedaan om wat te vangen, niets, de campingbaas zei wel dat er hier hele grote mullets zitten, hoe ze er gekomen waren weet ik ook niet, ik kan je echter niet vertellen hoe ze te vangen… Nou ik heb ze in de zon zien rondzwemmen, maar ik kon mijn hele hengel erin gooien, maar niet bijten, hè.
Is dit nou een mini-mullet?


Lange nachtwandeling gemaakt, volle maan dus veel te licht voor de kiwi’s, een afknapper, er zitten er hier ruim 400 dus moet het altijd raak zijn, wel een opossum gezien. Iemand vond opossums wel aardig en heeft er één uit Australië meegenomen – alles wat hier verkeerd gaat is de schuld van de Aussies – er komen er hier veel met vakantie maar zeggen dat je en Aussie bent is not done. Goed nu zijn er ±45 miljoen van die aardige beestjes, en je ziet ze veel op de weg liggen zonnen of drogen, ze hebben grote ogen en die zetten ze ook op als je over ze heen rijdt, de Nieuw-Zeelanders haten ze als de pest want ze vreten alles maar dan ook letterlijk alles, maar ze zullen ze nooit meer weg krijgen.

Ook gezien: enorme kauri bomen in het donker, nog aparter, en kommetjes met een laagje water erin met of een dikke aal of een karperachtig visje van zo’n 15 cm en ook zoetwaterkreeftjes, maar geen kiwi’s.

Woensdag 31 maart.

Van Trounson park naar Matakohe, een korte afstand, maar na de afmattingen van afgelopen nacht zijn we gewoon een beetje langer blijven liggen. We komen nu door de rode aardappelen streek van NZ  heen. Is Hamilton de hoofdstad voor de gewone aardappelen, zeg maar de eigenheimers, Dargaville is het voor de welbekende rode zoete kumara’s, je hebt ze in wit en in oranje van binnen, maar allebei met een schil van rodekool kleur, en een beetje grover en groter dan de gewone pieper. We kunnen daar eventueel een lekker recept van geven, met als toetje Pavlova, allebei traditioneel NZ, om van te smullen.

In Matakohe is een groot Kauri museum met o.a. een boom van 900 jaar op zijn kant, het museum is erg mooi van binnen en een bezoek waard. Wij hebben dit vier jaar geleden al gedaan en hebben alleen wat souvenirs gekocht

Donderdag 1 april.

Van Matakohe naar Manukau, een voorstad van Auckland, we hebben al een plaats op de camping gereserveerd want a.s. weekend gaat de klok hier een uur achteruit en is het Pasen, dus alle campings zijn hier knokvol. Koffers pakken, en de camper schrobben, en wat makkelijk is, alles wat je over hebt kan je gewoon op een camping achterlaten, dus mocht je een beetje boter of jam te kort komen dan ga je even in de keuken kijken, iedere camping heeft een grote keuken met heel vaak gratis gebruik van de pannen.

Dit is een gezellige camping want a) de ene helft gaat nog met vakantie en wil nog van alles weten en b) de anderen komen, zoals wij nu zijn, mooi bruin terug en hebben veel te vertellen.

Eén ding is zeker, wat zullen we het missen ’s morgens en de hele dag door te horen, Good morning how are you today? en dan het welbekende antwoord, very well thank you and how are you today? het mooiste antwoord dat we hoorden was, briljant!

Vrijdag 2 april.

s’ Morgens vroeg uit de veren en alles in orde maken want we moeten voor tien uur bij de camperboer de camper ter inspectie afleveren,  na inspectie wordt je met een busje naar het vliegveld gebracht, en komt er met één klap een eind aan de vakantie en die klap komt hard aan. En over 30 uur zijn we in Nederland, en daar is heel cool.

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.

© 2011 HSV Kennemerland Technische realisatie Ulkened dot Com Powered by Wordpress